De geschiedenis van de Tiense suiker

Pionieren in TienenPionnier

In 1836 dienden Joseph Vandenberghe de Binckom en Pierre Van den Bossche een bouwaanvraag in bij het stadsbestuur van Tienen. Zij wilden een suikerfabriek en een ‘suikerbieterij’ gaan bouwen. De stad kende een vergunning toe en hiermee was de basis gelegd van de Tiense Suikerraffinaderij.
Joseph Vandenberghe kreeg echter af te rekenen met vele technische problemen. Op de koop pioniertoe koesterden de boeren veel argwaan tegen zijn fabriek. Het werd dus een moeilijke start. Toen hij in 1855 zijn fabriek aan Henri Vinckenbosch verkocht, produceerde zij amper 10 zakken ruwe suiker per dag.

In 1862 hernoemde de nieuwe eigenaar zijn bedrijf tot ‘Vinckenbosch & Cie’ en kort daarna braken er eindelijk gunstiger tijden aan. De overheid stimuleerde de burgers om te investeren in de industrie en de landbouw maakte kennis met nieuwe machines en chemische meststoffen. Europa voerde Amerikaans graan in en de Belgische boeren gingen zich op andere culturen toeleggen, waaronder suikerbiet. De familie Vinckenbosch greep deze gunstige omstandigheden aan om een raffinaderij aan hun suikerfabriek toe te voegen.
Tegen het einde van 19de eeuw was de fabriek van Vinckenbosch een middelgroot bedrijf en wekte ze de belangstelling van twee ondernemende broers uit Wanze…

 

Expansie vóór de Grote OorlogExpansion

 

Paul en Frans Wittouck bezaten al een suikerfabriek in Wanze, maar zij waren ambitieus en droomden van méér. In 1894 namen zij Vinckenbosch & Cie over en maakten er een naamloze vennootschap van. Onmiddellijk brak er een hevige concurrentiestrijd uit tussen alle Belgische suikerfabrikanten. De Tiense Suikerraffinaderij kwam daar als onbetwiste overwinnaar uit. Dat maakte het bedrijf sterker en nóg ondernemender.

ExpansionDankzij talrijke technische verbeteringen en innovaties steeg de totale jaarproductie van geraffineerde suiker in Tienen van 7.000 ton in 1894 tot 62.000 ton in 1913. Het bedrijf begon in die tijd ook suiker te exporteren en nam andere Belgische suikerfabrieken over. Kort vóór de Eerste Wereldoorlog werden de fabrieken in Wanze en Tienen geïntegreerd in een industriële groep.
De Eerste Wereldoorlog was vanzelfsprekend geen makkelijke tijd voor de Tiense Suikerraffinaderij. Het bedrijf slaagde er echter wel in om de hele oorlog lang voldoende te blijven produceren om de grote steden te bevoorraden.

 

Het interbellumCrise

Na de oorlog spande het management van de Tiense Suikerraffinaderij zich in om de productie opnieuw op koers te brengen. Tegen 1929 had het bedrijf zijn positie als onbetwiste Belgische marktleider heroverd. Net toen belandde de hele wereld opnieuw in een diepe economische crisis. Wereldwijd werd teveel suiker geproduceerd, waardoor de markt erg onstabiel werd. Internationale conferenties werden bijeengeroepen om een uitweg te zoeken uit de economische impasse. Veel zoden zette het echter niet aan de dijk.
Desondanks bleef de Tiense Suikerraffinaderij voor belangrijke vernieuwingen zorgen in de suikerindustrie. Zo had het bedrijf onder meer de hand in de verbetering van de zaadselectie en de optimalisering van de bietenteelt. Ook op sociaal vlak verrichtte het bedrijf baanbrekend werk. Lang vóór de wetgever dit deed, voerde de Tiense Suikerraffinaderij het principe van het betaald verlof in en beperkte het de werktijd tot acht uren per dag.

 

Suiker in het Europa van na WO II

 

Tussen 1940 en 1945 draaiden de suikerfabrieken en –raffinaderijen op volle toeren om het land te bevoorraden, maar van investeringen was geen sprake meer. Na de oorlog waren de fabrieken dan ook aan een grondige vernieuwing toe. De installaties werden vervangen en uitgebreid. Maar al gauw bleek het evenwicht tussen de productie en het verbruik van suiker grondig te zijn verstoord, waardoor de wereldmarkt permanent in crisis verkeerde.

old packs

Pas toen de Europese Economische Gemeenschap was opgericht, werden de problemen van de suikerindustrie ook structureel aangepakt. De Europese lidstaten kregen suikerquota opgelegd. In 1968 bedroeg het Belgische suikerquotum 550.000 ton. In 2001 was dat cijfer al opgelopen tot 826.000 ton.
De Tiense Suikerraffinaderij vatte het plan op de meest productieve suikerproducerende groep van Europa te worden. Er brak dus een periode aan van interne vernieuwingen, structuurhervormingen, afslankingen en modernisering van de beheerssystemen.

 

Südzucker

sudzucker

In mei 1987 werd de Tiense Suikerraffinaderij geïntroduceerd op de beurs van Brussel: 25% van de aandelen werden onder het publiek verspreid, 75% bleven in handen van de familiale aandeelhouders. Eind 1989 besloten de familiale aandeelhouders echter de suikeractiviteiten te verkopen om middelen vrij te maken voor een belangrijke mondiale expansie in de levensmiddelenbranche.
Dat leidde tot een overeenkomst tussen de TS Holding en Südzucker AG. Südzucker verwierf de controle over de suikeractiviteiten en TS Holding behield alle diviersificatiefilialen. Zoals bepaald in de overeenkomst, deed Südzucker in 1990 een Openbaar Bod tot Aankoop (OBA) voor alle aandelen die nog onder het publiek waren verspreid.
Onder de Duitse aandeelhouder kon de Tiense Suikerraffinaderij zich sindsdien onafhankelijk blijven ontwikkelen en bleef het bedrijf in vele opzichten een koploper in de suikerindustrie.

 

Groep Südzucker

sudzucker

Met een productie van 5,2 miljoen ton suiker per jaar en een geconsolideerde jaaromzet van 5,3 miljard euro in 2005-2006 is de Groep Südzucker de belangrijkste suikergroep in de Europese Unie. De Groep Südzucker is de onbewiste marktleider op de Europese markt.